Veel ouders maken zich zorgen wanneer hun peuter plots minder begint te eten, bepaalde voedingsmiddelen weigert of alleen nog maar enkele favoriete gerechten wil eten. Wat eerst een kind leek dat alles proefde, verandert soms in een peuter die kritisch kijkt naar elk stukje groente op zijn bord.
Herkenbaar? Je bent zeker niet alleen.
Hoewel het frustrerend kan zijn, is moeilijk eetgedrag vaak een normale fase in de ontwikkeling van jonge kinderen.
Waarom worden peuters kieskeurige eters?
Rond de leeftijd van twee jaar maken kinderen een periode door waarin ze meer zelfstandigheid ontwikkelen. Ze ontdekken dat ze zelf keuzes kunnen maken en willen steeds meer controle over hun omgeving.
Ook aan tafel merk je die ontwikkeling.
Daarnaast groeit een peuter minder snel dan een baby. Daardoor neemt de eetlust vaak af en hebben kinderen soms minder behoefte aan grote hoeveelheden voeding.
Veel peuters zijn bovendien van nature voorzichtig met nieuwe smaken, geuren en structuren. Dit is een normale beschermingsreactie die ooit hielp om kinderen te beschermen tegen mogelijk schadelijke voedingsmiddelen.
Wanneer is moeilijk eetgedrag normaal?
Veel gedrag dat ouders zorgen baart, hoort eigenlijk bij de ontwikkeling van een peuter.
Bijvoorbeeld wanneer je kind:
- plots minder eet;
- sommige voedingsmiddelen weigert;
- elke dag iets anders lekker vindt;
- alleen kleine porties eet;
- nieuwe voeding niet onmiddellijk wil proeven;
- een voorkeur ontwikkelt voor enkele vertrouwde gerechten.
Dat betekent niet automatisch dat er een probleem is.
De valkuil van druk zetten
Wanneer een kind weinig eet, ontstaat vaak de neiging om meer druk uit te oefenen.
We proberen nog een hapje te laten nemen, onderhandelen over groenten of beloven een dessert als het bord leeg is.
Hoewel dit goed bedoeld is, werkt druk meestal averechts.
Kinderen voelen spanning aan tafel snel aan. Hoe groter de druk, hoe groter vaak ook de weerstand.
Eten wordt dan een strijd, terwijl maaltijden net momenten van verbinding mogen zijn.
Verbindend omgaan met moeilijk eetgedrag
Verbindend begeleiden betekent dat we respect hebben voor de behoeften van het kind én duidelijke grenzen behouden.
Als ouder bepaal jij:
- wat er gegeten wordt;
- wanneer er gegeten wordt;
- waar er gegeten wordt.
Je kind bepaalt:
- of het eet;
- hoeveel het eet.
Dat vertrouwen geven is niet altijd gemakkelijk, maar het helpt kinderen om opnieuw naar hun eigen honger- en verzadigingsgevoel te leren luisteren.
Nieuwe voeding leren kennen vraagt tijd
Veel ouders denken dat een kind een voedingsmiddel niet lust wanneer het één keer weigert.
Toch hebben sommige kinderen tien tot vijftien kennismakingen nodig voordat ze iets durven proeven.
Blijf daarom nieuwe voedingsmiddelen aanbieden zonder druk.
Laat kinderen kijken, ruiken, aanraken of ermee spelen. Ook dat zijn waardevolle stappen in het leerproces.
Maak van eten geen strijd
Wanneer maaltijden voortdurend gepaard gaan met stress, verliezen kinderen vaak nog meer hun eetlust.
Probeer daarom:
- samen aan tafel te eten;
- een rustige sfeer te creëren;
- positieve aandacht te geven;
- geen strijd te maken van wat er wel of niet gegeten wordt;
- vertrouwen te houden in het vermogen van je kind om te leren eten.
Een ontspannen sfeer doet vaak meer dan eindeloze discussies over nog één hapje.
Wanneer is extra ondersteuning nodig?
Soms gaat moeilijk eetgedrag verder dan normale kieskeurigheid.
Bespreek je zorgen met een arts wanneer:
- je kind onvoldoende groeit;
- veel voedingsgroepen volledig geweigerd worden;
- eten veel angst oproept;
- er sprake is van verslikproblemen;
- maaltijden dagelijks voor grote spanningen zorgen.
In die situaties kan extra begeleiding helpend zijn.
Vertrouwen als basis
De meeste peuters groeien uiteindelijk over deze fase heen. Ze leren nieuwe smaken kennen, ontdekken verschillende texturen en bouwen stap voor stap een gevarieerd eetpatroon op.
Dat vraagt tijd, geduld en vertrouwen.
Door te kijken naar de behoefte achter het gedrag en een ontspannen sfeer aan tafel te behouden, help je jouw kind om op een gezonde manier met voeding om te gaan.
Want eten gaat niet alleen over voeding. Het gaat ook over ontdekken, verbinden en groeien.
Ik merk heel vaak op dat peuters in de kinderopvang sneller iets eten dan thuis. Ook dat is volledig normaal.
In de opvang eten kinderen vaak samen met andere kinderen. Ze zien leeftijdsgenootjes proeven, genieten en experimenteren met voeding. Kinderen leren veel door observatie en groepsgedrag. Wanneer andere kinderen eten, zijn ze sneller geneigd om zelf ook te proeven.
Daarnaast verloopt een maaltijd in de opvang vaak volgens een vaste structuur en routine. Kinderen weten wat er verwacht wordt en voelen zich veilig binnen die voorspelbaarheid.
Thuis ligt dat soms anders. Daar voelen kinderen zich het meest op hun gemak en durven ze hun voorkeuren, emoties en grenzen sterker te tonen. Bovendien ontstaat er thuis vaak meer aandacht rond het eten. Vanuit bezorgdheid proberen ouders hun kind aan te moedigen, te overtuigen of extra te helpen. Hoe goed bedoeld ook, kinderen voelen die spanning vaak aan.
In de opvang ligt de focus meestal minder op hoeveel een kind eet en meer op het gezamenlijke eetmoment. Daardoor ontstaat er vaak minder druk en meer ruimte om zelf te ontdekken.
Dat een kind thuis moeilijker eet, betekent dus niet dat je iets verkeerd doet als ouder. Integendeel. Thuis is vaak de plek waar kinderen zich veilig genoeg voelen om alle kanten van zichzelf te laten zien.